zaterdag 17 september 2011

Coopopkop ???

Het nieuwe schooljaar is nu echt goed en wel gestart. Het is toch steeds weer even er terug inkomen. Nieuwe leerlingen, nieuwe klas, nieuwe handleiding van taal ook. Eén van deze lessen taal was zonder meer de eerste memorabele les van het prille schooljaar. Het betrof het gebruik van leestekens in een zin.

Inleiding op het geheel : de leerlingen lezen een tekst waarin de leestekens, hoofdletters en alle mogelijke houvast om een correct leesritme en -melodie aan te houden verdwenen waren. U kan zich waarschijnlijk al voorstellen dat dit tot hilarische momenten leidt, waarop ik, slecht als ik ben, even de oudste kinderen van de school met hun neus op de feiten druk : "lieve kindjes, jullie zijn bijna 12 jaar en kunnen nog steeds niet lezen"

Na een kort lachmoment tussendoor, komen zij dan eigenlijk automatisch en van zijn eigens tot de eindtermen en leerplandoelen van deze les, nl. dat het gebruik van leestekens noodzakelijk is en dat deze het ons veel eenvoudiger maken voor het lezen van een doorlopende tekst. U had misschien ook de nodige problemen bij het lezen van de titel, dus geef ik u ook graag even de correcte weergave ervan : "Coöp op kop ???"

Het woord coöp is in de spellenwereld een afkorting voor een fenomeen dat pas de laatste jaren de kop heeft opgestoken, nl. coöperatieve spellen, spellen waarbij u met z'n allen samen gaat spelen. Gedaan met elkaar te pesten, competitief elkaar afmaken, vals spelen zo veel het kan ... Gedaan met dit alles, nu gaat u de strijd aan met een hoop papier, karton, hout en als u geluk heeft nog wat plastiek miniaturen.

Laat mij alvast beginnen met het meest frustrerende van de hele zaak : u krijgt 9 op 10 op uw doos, een pak rammel van het spel. Fijn, zo samen verliezen, dat moet gezegd, maar de sfeer is pas opperbest als u er toch eens in slaagt om de queeste tot een goed einde te brengen. Ondertussen zijn de coöptitels al niet meer op twee handen te tellen. Aan een opsomming ga ik me dan ook niet echt wagen, want dan vergeet ik er toch, maar diegene die iets bij mij hebben losgemaakt en een mooi plaatsje in onze spellenkast hebben vergaard, wil ik u hier niet onthouden.

De eerste coöp, waarmee het allemaal begonnen is, is Shadows over Camelot. Dit prachtige spel van Days of Wonder was onmiddellijk een grote hit bij mijn vaste speelkring. We kenden dat fenomeen van samenspelen niet, en ondanks de vele nederlagen die wij als ridders van ronde tafel leden, bleven we het met veel goede moed telkens proberen. Ondertussen is de Merlijn-uitbreiding ook tot bij ons geraakt, maar hebben we het spel jammerlijk genoeg niet meer uit de kast kunnen halen.

Het kleinste coöperatieve spel is dan weer Red November van FFG. In dit spel gaat u uw petieterige gnomen op een klein speelbord bewegen, waarop zich een duikboot bevindt en een groot zeemonster. Het materiaal is zoals reeds vermeld nogal beperkt, zeker voor slechtzienden (er is trouwens een herwerkte versie voorradig nu), maar dit spel bracht zo'n heerlijke twist met zich mee, dat ik deze zeker het vermelden waard vond. U kan namelijk uw teamgenoten halverwege het spel gewoon in de steek laten. U neme hiervoor een duikerslong, opent het luik en zwemt naar de oppervlakte van de kolkende oceaan. U moet dan nog maar één ding hopen en dat is dat uw collega's het niet redden en stilletjes verdrinken. U wint het spel lekker alleen!

De coöp-industrie kwam echter pas een jaartje later echt op gang, met Pandemie. Het spel dat in diverse talen is vertaald, zo ook het Nederlands, toen nog door QWG. Het spel schopte het erg ver, het haalde de eerste Gouden Ludo binnen en in één klap werd het genre door iedereen wel gesmaakt. Alhoewel je altijd wel voor- en tegenstanders hebt van het genre, kon er toch niemand aan weerstaan om het spel op tafel te leggen en te proberen om de wereld te redden van de ondergang. Het ene virus na het andere vloog je rond de oren, maar eens je een beetje training achter de rug had, merkte je al gauw dat het doenbaar was. Gelukkig werden er direct extra regels voorzien om het jezelf moeilijker te maken.

Het kon dan ook niet lang uitblijven of er verscheen nog een klein doosje van de auteur van Pandemie. In Forbidden Island probeert u vier schatten te gaan verzamelen voor het hele eiland zinkt met u incluis. Het had wel iets dit spel, voor het eerst zo'n blikken doosje in de kast, maar na enkele speelbeurten (en saai oh saai iets te makkelijke overwinningen, tot we het "legendary-niveau" testten) bleek het toch maar een flauw afkooksel van Pandemie. Waar ik wel een grote voorstander van ben, is het aspect waarop dit spel rekening houdt met de autist in mezelf, het spel ruimt zichzelf op! U start, u verliest tegels en kaarten, deze komen netjes terug in de doos en net voor u wint (of verliest) hoeft u eigenlijk enkel nog uw pionnetjes in het zakje te steken en ... klaar is kees, op naar het volgende spel.

Dat coöps vaak uitlopen op een vernedering voor de spelers, bleek uit een hele rij fantastische spellen binnen het genre. In Ghost stories bijvoorbeeld, van onze Belgische vrienden van Repos, gaan we de strijd aan met aartsvijand Wu-Feng. Het in de hand houden van de problemen gaat vrij goed, tot deze smeerlap in het spel komt. U dient hem te verslaan, met de beperkte mogelijkheden die u heeft en moet dit bovendien ook nog eens doen binnen een beperkte tijd. Eerlijk is eerlijk, we maakten aanvankelijk foutjes tegen de regels en maakten het onszelf nog moeilijker. De laatste speelsessie werd dan ook voor de eerste keer eens verrassend gewonnen. De eerste uitbreiding White moon, voegt nog héél wat extra's toe, maar de uitbreiding die in Essen in onze schoot wordt geworpen (waarvan er niet voor niets 666 exemplaren worden gemaakt), die gaat ons helemaal de daver op het lijf jagen. U krijgt bij deze variant wederom een mol in het spel die even het spel een handje gaat toesteken.

Defenders of the realm hebben we dan weer nooit tot een goed einde gebracht. We hebben in totaal toch al zo'n keer of vijf geprobeerd (dit is natuurlijk nog belachelijk weinig, maar we hebben ook zo véél spellen), maar veel dichter dan een verre ereplaats voor mezelf als master-slayer zat er nog niet in. Wat ben je met zo'n titel als je genadeloos wordt opgevreten door één af andere draak? We zullen maar blijven proberen zeker, het komt er misschien toch ooit een keertje van ... en dan beste lezer ... dan zal u dat hier in geuren en kleuren kunnen lezen.

Tot slot ook al graag even een kijkje vooruit, naar Essen meer bepaald. Daar verschijnt Panic station bij WGG, een spel van Belg David Ausloos (het mag gezegd, de Belgen zijn belachelijk goed bezig in spellenland). In Panic station komt er een essentieel deel terug van Battlestar Galactica the boardgame, waarover ik in dit bericht niet al te veel ga vertellen, buiten het feit misschien dat dit een coöp is :-).
In deze spellen draait alles om het gevoel dat u niemand kan vertrouwen. Hinkt hij of zij mee met de vijand of behoren ze nog tot de "goeie"? Wordt u ook aangetast door het schadelijke virus en veranderen uw doelstellingen plotsklaps van wit naar zwart? Doelstellingen die u, kostte wat het kost, gaat proberen te realiseren, zoals een goed leerkracht ook steeds probeert te doen. Want daar draait het uiteindelijk toch allemaal om : PUNT.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen